Veiligheid en Gedrag

1. Ongewenst gedrag
Met ongewenst gedrag worden alle uitingen van gedrag bedoeld die niet stroken met de gedragslijnen welke gehanteerd worden binnen de vereniging, de gedragsregels van NOC*NSF, het wettelijke kader of de algemeen geldende normen van fatsoen.

Vormen van seksuele intimidatie, agressief gedrag, discriminatie, geweld en of vandalisme worden absoluut niet getolereerd.
Onderstaand treft u een handreiking aan op welke wijze met boven vermelde gedragsuitingen omgegaan kan worden.
In ieder geval dient u na constatering het meldformulier op pagina 4 in te vullen en in te dienen bij een van de leden van het Dagelijks Bestuur (DB)..

Procedure ongewenst gedrag
Bij vormen van ongewenst gedrag bij leden:
• Reageer altijd op uitingen van ongewenst gedrag.
• Maak duidelijk kenbaar dat het vertoonde gedrag ongewenst is en door de leiding van de vereniging niet geaccepteerd wordt.
• Beoordeel aan de hand van de mate van ongewenst gedrag welke stappen u onderneemt.
• Bij leden kan de sanctie variëren:
a) aanspreken op het gedrag
b) het tijdelijk uitsluiten van deelneming aan de lopende activiteit (aan de kant zetten)
c) het tijdelijk schorsen voor het bijwonen van activiteiten
d) het tijdelijk schorsen voor het bijwonen van activiteiten en aanzeggen van een procedure voor royement.
Bij de opties c en d dient een sanctie altijd door het bestuur bevestigd te worden; tot die tijd is een lid uitgesloten van elke activiteit.

Bij vormen van ongewenst gedrag bij technische leiding:
• Reageer altijd op uitingen van ongewenst gedrag.
• Maak duidelijk kenbaar dat het vertoonde gedrag ongewenst is en door de vereniging niet geaccepteerd wordt.
• Beoordeel aan de hand van de mate van ongewenst gedrag welke stappen u onderneemt.
• Bij leden van de Technische Commissie (TC) kan de sanctie variëren:
a) aanspreken op het gedrag
b) het onmiddellijk informeren van de voorzitter van de TC en het DB
Bij leden van de TC adviseert de voorzitter van de TC het DB over de te nemen maatregelen, tot die tijd wordt het betreffende lid op non-actief gezet.
Het DB neemt een besluit wat nadien door het Algemeen Bestuur (AB) bekrachtigd moet worden.

Bij vormen van ongewenst gedrag bij bestuursleden:
• Reageer altijd op uitingen van ongewenst gedrag.
• Maak duidelijk kenbaar dat het vertoonde gedrag ongewenst is en door de vereniging niet geaccepteerd wordt.
• Beoordeel aan de hand van de mate van ongewenst gedrag welke stappen u onderneemt.
• Bij leden van het bestuur kan de sanctie variëren:
a) aanspreken op het gedrag
b) het onmiddellijk informeren van de voorzitter
Het DB neemt een besluit wat nadien door het Algemeen Bestuur (AB) bekrachtigd moet worden. Tot die tijd dient het betreffende bestuurslid alle activiteiten neer te leggen.

2. Mankementen, defecten en onveilige situaties
Bij de constatering van een onveilige situatie:
• Staak onmiddellijk de activiteiten.
• Activiteiten eerst weer opstarten als de onveilige situatie opgeheven is.
• Meldt onveilige situaties middels het formulier op blz. 5

Mankementen of defecten aan toestellen:
• Toestellen die technisch niet in orde zijn mogen niet in gebruik genomen worden.
• Toestellen die door of namens de verhuurder bij een controle als “afgekeurd” zijn gemerkt mogen niet gebruikt worden.
• Meldt toestellen die niet in orde zijn of afgekeurd zijn aan het bestuur middels het formulier op blz. 5.

Mankementen of defecten aan de accommodatie:
• Meldt mankementen aan het gebouw of de installaties middels het formulier op blz. 5 aan het bestuur.


3. Ongevallen

Bij het ontstaan van een ongeval:
• Ga eerst na of er sprake is van lichamelijk letsel.
• Verleen eerste hulp aan gewonden/geblesseerden; of zorg dat er zo snel mogelijk eerste hulp verleend wordt.
• Draag zorg voor een verdere verzorging van de gewonden.
• Zorg dat er geen verdere gewonden kunnen ontstaan.
• Informeer ouders/verzorgers/familie.
• Meldt het voorval middels het formulier op blz. 4 aan het bestuur
• Vul zo nodig een schadeformulier in.

4. Calamiteiten
Bij calamiteiten:
• Zorg dat een ieder het gebouw zo rustig mogelijk verlaat.
• Ga zo mogelijk na dat niemand in het gebouw achter blijft; zonder u zelf in gevaar te brengen!.
• Ga na of er sprake is van lichamelijk letsel.
• Verleen eerste hulp aan gewonden/geblesseerden; of zorg dat er zo snel mogelijk eerste hulp verleend wordt.
• Draag zorg voor een verdere verzorging van de gewonden.
• Zorg dat er geen verdere gewonden kunnen ontstaan.
• Meldt het voorval onmiddellijk aan het bestuur (vul tevens het formulier op blz. 4 in)
• Vul zo nodig een schadeformulier in

5. Aandachtspunten
• Ben alert op grensoverschrijdend gedrag qua discriminatie of seksuele intimidatie in welke vorm dan ook.
• Laat nooit het maximum van 9 personen per personenbus of -auto overschrijden.
• Vraag naar een inzittendenverzekering.
• Houdt vluchtroutes vrij van obstakels
• Vul na gebruik de inhoud van de verbandtrommel aan.
• Laat nooit materiaal in de zaal slingeren.
• Let op gebruik van het juiste schoeisel.
• Gebruik de turntoestellen niet voor andere doeleinden als ze bedoeld zijn.
• Richt de zaal altijd zodanig in dat er overzicht is op alle situaties.
• Zorg dat turners(sters) de juiste kleding dragen, met name om hen veilig te kunnen vangen en/of te begeleiden.
• Ruim regelmatig magnesiumstof op.
• Hang geen banken op het midden van brugliggers.
• Controleer altijd de verankering van toestellen.
• Zorg ervoor dat schakels van kettingen niet klem zitten tussen andere schakels.
• Controleer of de riemen van de ringen niet uitgedroogd zijn en of de gespen niet in een (in)gescheurd gat zitten.
• Zorg dat op hoogte instellen van toestellen altijd door of onder toezicht va leiding gebeurt.
• Draag te allen tijde zorg voor een veilig landingsvlak.
• Let bij het op elkaar leggen van (korte) matten altijd op het op- en afstap gevaar en vermijd risico´s van landen op de randen van de matten.
• Sta altijd op een stabiele ondergrond.
• Vermijd eenzijdige belasting door zelf afwisselend links en rechts hulp te verlenen of te begeleiden.
• Zorg ervoor gedoseerd hulp te verlenen.
• Verleen hulp op borst hoogte, bij bewegingen laag bij de grond door te knielen of te zitten en bij bewegingen boven reikhoogte door een verhoging te gebruiken.
• Zorg altijd voor hulp bij het tillen en verplaatsen van toestellen.

Go to Top